Mogelijk is de historiek niet compleet. Aanvullingen zijn dan ook altijd welkom.

Weet je meer, klik hier

klik Historiek in een notendop
Klik Historiek Podia
Klik Historiek Festivalternatief
Klik Historiek Drive-In Movie

Een club met geschiedenis! 40 JAAR CLUB 9 (1966 - 2006)

Club 9 werd in 1966 opgericht in Koersel vanuit parochiale wortels, met - typisch voor die tijd - kapelaan Alex Sevens als bevlogen trendsetter aan het roer, samen met het bestuur en de vrijwilligers van het eerste uur: de oud-leiding en leiding van de christelijk geïnspireerde jeugdbewegingen: chiro-jongens en -meisjes en de toen nog in Koersel actieve KAJ, VKAJ en KSA. Het doel was “de plaatselijke jongeren van de straat houden” en een opvoedende, gemengde (avond)ontspanning aanbieden met zo laag mogelijke drempel. De wet op de dancings en cafés verbood destijds uitdrukkelijk de toegang voor min-18 jarigen in commerciële etablissementen zoals Dancing Luna in Koersel, terwijl de 16-25-jarigen van de naoorlogse baby-boom-generatie toch een levensgrote nood hadden aan "gezonde vrijetijdsinvulling".

Daarom ontstond vanuit de basis een eigen, maar toch relatief beschermd en gecontroleerd milieu: de jeugd”tehuis” werking - zoals dergelijke open jeugdclubs toen genoemd werden. Maatschappelijk gezien vormde het uitbouwen van deze sociale mix van jeugdleiders en "niet-georganiseerden", van jonge arbeiders en studenten, van jongens en meisjes, een belangrijke inhoudelijke doelstelling. Clubwerking (met instuifmomenten en hobbyclubs) ontstond eerst elders in Europa, maar nergens stond in deze werkvorm “de toog” als ontmoetingsplek zo centraal als bij ons in Vlaanderen vanaf midden jaren '60. En dat is nog steeds zo anno NU, al wordt er nu in verhouding minder bier geconsumeerd dan 20 of 30 jaar geleden. Een enquête bij de 16 – 18-jarigen van Koersel bereidde in 1965 het initiatief voor door middel van een reeks gespreksavonden met kandidaat-verantwoordelijke jongvolwassenen, en enkele studiebezoeken aan "jeugdtehuizen", later "jeugdhuizen" genoemd. Er waren ook al enkele voorgangers actief in de streek (o.a. de Jefa in Heusden), maar de meeste en lekkerste mosterd werd naar verluidt gehaald bij o.a. JOH in Hoboken en bij 10R20 in Herentals waarvan o.a. het toenmalige lidkaartensysteem met paraf-vakjes overgenomen werd. Bij elke wekelijkse dansinstuif (de eerst 12 jaar was dat elke zondagavond, en daarna jarenlang op zaterdag) werd aan de onthaalbalie door een bestuurslid of onthaal-koppel je naam + lidnummer op volgnummer genoteerd in een groot schrift.

De succesvolle wekelijkse dansinstuiven in de toenmalige Club 9 (= het achterzaaltje van de kapelanij) toonden de grote nood aan van de werkvorm want vanaf 20u zat de keet bomvol tot sluitingstijd (1u stipt!). Bijzonder waren ook de volksdansclub en diverse ge-animeerde avonden met thema-inkleding. De eerste zelfbouw-discobar van kilometers in de omtrek verving al vlug de aftandse jukebox, en de belichting was beperkt tot "zedige" witte TL-lampen en een opvallend wit neon-accent: een zwierige “Club 9” tegen de muur . Voor de kwissers: de 9 in de naam komt trouwens gewoonweg van het toenmalige huisnummer van de kapelanij in de Dorpsstraat. Het eerste optreden in 1968 was "Miek en Roel". Voor de latere jaren: zie Historiek Podia.

In 1972-1973 bouwde de gemeente Koersel een eigen jeugdcentrum nabij de watertoren (die overigens ook dateert van 1966). Hierin kregen Club 9 én in aparte nabijgelegen paviljoenen ook de traditionele jeugdbewegingen onderdak. Het jeugdhuis tekende en bouwde zelf de binneninrichting en spoedig verwierf Club 9 vooral naam en faam als “niet-commerciële dancing” voor en gerund door jongeren, en werd, naar de normen van toen, een hip vrijwilligersjeugdhuis van bovenlokaal belang.

Midden jaren zeventig kreeg men een eerste dipje, enerzijds groeide door de wekelijkse massa-instroom van publiek het initiatief boven het hoofd uit van de vrijwilligers, en anderzijds kwamen er ook deuken in het blazoen door vechtpartijen, vandalisme, de oliecrisis en concurrentie... Ondertussen veranderde immers de "wet op de dancings" die vanaf dan ook toegankelijk werden vanaf de leeftijd van 16 jaar zodat jeugdhuizen plots zware commerciële concurrentie kregen. "Headhunters" van dancings (die zich toen moderniseerden en zich "discotheek" lieten noemen) kwamen DJ's weghalen bij Club 9, maar het moet gezegd worden, de meeste DJ-vrijwilligers bleven trouw aan hun roots. Typisch in de jeugdhuisformule was het eigen tijdschriftje "Kwatsch",de jaarlijkse dagtrip ("de clubreis") maar ook een fotografie-ontwikkel-club met eigen doka (donkere kamer), een amateur-zeefdrukwerking, een handbalclub in competitie, en tal van gespreks- en info-avonden (o.a. voor de jeugdige miliciens met legerdienstplicht) en af en toe een live optreden. De muziekcultuur werd ook belangrijker door de invloed de media, en zeker ook door de doelgroep-zenduren voor jongeren op radio en tv. De eerste muziekfestivals als Jazz Bilzen kregen concurrentie en opvolging via o.a. Pinkpop en Rock Werchter. De oubollige Vlaamse klompendansen, en zelfs de folky hippie-muziek moest inbinden ten voordele van nieuwe vormen van "pop". Vooral de nederlandstalige kleinkunst, de prille Amerikaanse soul, de belpop, de "new wave" en "new beat" hadden sterke wortels in Club 9. Er kwam een jarenlange zoektocht naar een leefbaar evenwicht tussen punk/rock/soul en de commeriëlere disco/pop, een subculturen-strijdgevoel dat een generatie later terugkeerde in een nieuwe verpakking: de strijd tussen de alternatieve gitaarrock/grunge en de electronische techno/house. Gaandeweg kwamen er voortdurend nieuwe subgenres bij die het samenleven in muzikale diversiteit in één jeugdhuis er boeiender maar zeker niet gemakkelijker op maakten.

In 1978 werd Club 9 van een feitelijke vereniging omgevormd tot een vzw met Jean Bartels als eerste beroepskracht in de functie van "permanent verantwoordelijke" of coördinator/animator. De jaarlijkse Mazoutfeesten probeerden de banden aan te halen tussen de jeugdverenigingen en de broodnodige bestaansmiddelen te verwerven om de gemeenschappelijke stookolie-factuur en nieuwe aparte stookketels te financieren. Vanaf 1986 ontstond een traditie van grote (tent)fuiven en ludieke wereldrecordpogingen.

De uitstraling van de werking werd zo groot dat binnen en buiten onze gemeente mensen onterecht dachten dat Club 9 zoveel subsidies kreeg als elders een cultureel centrum. Vooral veel volharding, inspiratie en transpiratie, en opeenvolgende interieurverbouwingen en experimentele projecten kleurden de werking, en stimuleerden de bestuursploegen en de generaties jongeren die er over de vloer kwamen. Relatief succesvol was ook de maandelijkse zondag namiddagfuif, uitsluitend voor 15-16-jarigen toegankelijk, en gerund door een werkgroep bestaande uit 17-20 jarige vrijwilligers. Deze vaak thematisch ingeklede zondagnamiddag-fuiven, werden enkele jaren later geherformuleerd als "Top Secret" en verjongden en vernieuwden zo permanent de werking. Talrijke artiesten startten hun carrière middels een doortocht op het Club 9-podium, maar ook grotere namen prijkten regelmatig op de concert-affiche. Na de ineenstorting van het steeds gladder wordende popcircuit, wonnen de D.I.Y.(do it yourself)-punkrock-idealen terug veld zodat Club 9 vanzelf weer op de eerste rij stond. Vooral de grunge-periode van de mid-nineties en de natuurlijke, eigenzinnige groei van een aantal Belgische toppers die in het kleine clubcircuit met overtuiging hun biotoop vonden, betekende voor vele jeugdhuizen een ware revival. Maar ook de (alternatieve) techno die deejays als "artiest" op het voorplan zette gooide hoge ogen in Club 9. Manifeste maatschappelijke samenlevingsproblemen waren er ook, en ook jeugdhuizen zoals Club 9 kregen daarvan hun deel: agressie en veiligheidsproblematiek, geluidsoverlast en verzuring, illegale drugs en de problematiek rond legale drugs als alcohol en sigaretten, machtsmisbruik en partijpolitieke intriges.

Eenvoudige maar essentiële vaststelling: je komt in de eerste plaats naar een jeugdhuis om je te amuseren in je vrije tijd, soms ook om er iets bij te leren, maar nooit kom je er welbewust om "een dosis preventie" als tegengif op te doen... en toch is de preventieve invloed van jeugdhuizen als uitlaatklep, en als oefenterrein voor burgerparticipatie in de maatschappij niet te onderschatten.

Ook op positief vlak liep Club 9 regelmatig in de kijker: originele workshops, cultuurspreiding van alternatieve niche-genres, wereldrecordpogingen al dan niet samen met het jeugdcentrum (frankskestapijt, blikjesstapelen, koffiekopjespiramide, met 100 op 1 waterbed / Wetten dass, eco-taxi plasticflessenboot,...) en ondertussen al 17 edities van de drive-in movies. Ook projecten zoals internet-democratisering via de net-o-maat (ook door Club 9 gebouwd en geleverd in 30 andere jeugdhuizen in Vlaanderen), 16mm filmavonden en filmclub Roxy, internationale uitwisselingen... Gedurende de laatste decennia stonden Club 9-medewerkers als mede-oprichter aan de wieg van de stedelijke jeugdraad en de 11.11.11.-werkgroep, Korfbal Klub Kribbel, Rugbyclub9.

Enkele honderden vrijwilligers, tientallen bestuursleden en een 10-tal beroepskrachten later, balanceert de werking en programmatie tussen een (lokaal) jeugdhuis, erkend door de VFJ, en een provinciaal erkende (regionale) muziekclub. Dit weliswaar zonder werkingssubsidies van de Vlaamse overheid, maar toch met een veelzijdig programma gericht op een doelpubliek van 15 tot pakweg 30 jaar.

Momenteel werkt Club 9 vzw als werkgever van 2 ½ beroepskrachten: Rudi Haselaars met 20 jaar dienst als coördinator/jongerenwerker, en de door de Vlaamse overheid gesubsidieerde beroepskrachten Danny Bielen met 8 jaar dienst als animator/jongerenwerker, en Turkan Kurgan, sinds begin 2006 halftijds poets-/onderhoudspersoneel. Dit bruisend vat boordevol know-how, continuïteit en ervaring poogt samen met de 2-jaarlijks verkozen Raad van Bestuur (6 jongvolwassenen) en een 30-tal los/vaste vrijwilligers, een 300-tal leden en een tienvoud daarvan aan losse bezoekers, om continuïteit en creativiteit te leggen in de werking. We spelen daarbij in op steeds nieuwe generaties van jongeren en dito jongerenculturen. De regionale werking en uitstraling is daarbij bewust complementair met de lokale 'lage drempel'- verankering. Samenwerken met derden is steeds belangrijker om te overleven ondanks de dalende ondersteuning wegens het niet indexeren van de subsidies sinds 1993. Daardoor daalde immers de personeels-subsidie van 75 naar 40 %. Ook de werkingskosten stegen zienderogen, o.a. Sabam, billijke vergoeding, taksen, accijnzen en vergunningen, de artistieke en andere gages... Middels de convenant met de Stad Beringen, (met het jeugdwerkbeleidsplan als doorgeefluik vanwege Brussel) krijgt Club 9 (de personeels- en de werkingstoelage samengeteld) jaarlijks ongeveer de bruto-wedde van 1 beroepskracht gesubsidieerd.

Binnen zijn opdracht investeert Club 9 met eigen middelen ook in de werkuren van de beroepskracht als vertegenwoordiger van de jeugdhuizen binnen het stedelijk jeugdwelzijnsoverleg en het jeugdhuizenoverleg met de 2 andere Beringse jeugdhuizen, om zo ook gemeenschappelijke projecten aan te wakkeren, zoals Stravaganza of een trip naar Krakow/Auschwitz/Berlijn. Voldoende werkingstoelagen om een echt brede welzijns- of democratiserende (sub)cultuur-werking uit te bouwen, zijn er in vergelijking met gelijkaardige regionale werkingen niet. Daarom zijn we, uit overlevingsdrang maar ten koste van de eigenlijke werking, genoodzaakt in verhouding zeer (=té) veel tijd te besteden aan het schrijven, indienen en opvolgen van projectdossiers bij tal van instanties. Het lijkt wel of het open jeugdwerk met ongedwongen ontmoetingsplaatsen met een mix van "gewone diverse jongeren" de duimen moet leggen, enerzijds voor de verlokkingen van de geprofessionaliseerde commercie of anderzijds voor high brow elitaire cultuur of allochtonen- en kansarmoede-werkingen. Toch heeft Club 9 zeker nog voldoende creativiteit en positieve, jeugdige gedrevenheid in huis om verder te groeien, broeien en bloeien. Sinds het aflopen van de erfpacht eind 1999 - werd overeengekomen dat de locatie rechtstreeks ter beschikking gesteld wordt door de stad d.m.v. een gebruiksovereenkomst. Hierin wordt Club 9 vzw opgelegd om zelfstandig met eigen middelen in te staan voor alle energiekosten, de nutsvoorzieningen en het permanente, kleinere onderhoud.

Door de veranderende maatschappij (de internet- en gsm-generatie is een feit), de toevloed van overheidssteun naar andere actoren in het popmuziekwerkveld, en het grotendeels wegvallen van de lage drempelfuiven - waaraan de behoefte anno 2006 grotendeels wordt opgevangen door feestjes-op-uitnodiging van 18-jarigen of 21-jarigen -, dienden enkele moeilijke jaren en generatie-wisselingen overbrugd te worden vooraleer er weer voldoende houvast kwam om de artistieke en muzikale poot van de werking op meer regelmatige basis uit te bouwen via o.a. concerten en mini-festivals met pop, rock, alternatief, techno, metal, kleinkunst, hiphop, trance/goa, stand-up-comedy… Club 9 staat via samenwerkingsformules ook open voor co-organisaties met derden (het erkende jeugdwerk en vzw’s of alwie openbare ‘jongerencultuur’- of socio-culturele activiteiten wil opzetten voor en door jongeren) met uitzondering van strikte privé-feesten. Ook met scholen, vormings- of welzijnsinstellingen of culturele centra wordt regelmatig samengewerkt.

In Club 9 vind je een knus jongerencafé, open gehouden door een tappersploeg die permanent op zoek is naar vers vrijwilligersbloed. Openingsuren van woensdag tot en met zaterdag vanaf 19u (in de zomervakantie ook op zondag), en een concert- of fuifzaal (400 personen) met podium en discobar. Jaarlijks treden er tussen de 60 à 100 acts of bands op. Ook visuele kunst komt regelmatig aan bod (o.a. door kunstprojecten en legale graffiti-walls) maar muziek vormt de rode draad in de werking. Club 9 vzw beheert ook een repetitiebunker, met drumstel en zanginstallatie uitgerust én geïsoleerd, waarin - in navolging van Mauro Pawlowski die met zijn prille Evil Superstars begin '90 in het KAJ-lokaal nabij Club 9 repeteerde - momenteel 12 bands goedkoop onderdak vinden voor een regelmatige repetitie, of een 10-delige begeleide workshop. Er is ook Ciné Negen, een klein filmzaaltje met LCD-video/dataprojector (ook goedkoop te huur voor derden). Ook andere apparatuur kan extern uitgeleend worden. De lage drempel is en blijft de belangrijkste kwaliteit van Club 9, maar dan zonder echt commerciëel te worden en zonder vernieuwing en dynamiek in de weg te staan.

Voor de in 2007 op stapel staande verbouwing - vooral geluidsbeperkende ingrepen - ten bedrage van 250 000 EUR, zijn middelen toegezegd van Vlaamse, provinciale en stedelijke middelen. Maar 20 % of een bedrag van 50 000 EUR dient vooreerst door Club 9 uit private middelen gefinancierd te worden. Geen sinecure. Club 9 vzw is onlangs erkend door de Koning Boudewijnstichting om via deze instantie giften te ontvangen vanwege private personen (of bedrijven-mecenassen). Via een officiëel fiscaal attest zijn deze giften tot 100 % fiscaal aftrekbaar. Dit is een win/win/win-concept. Interesse om de Club 9-werking én jezelf te steunen? Vraag dan nu vrijblijvend het mecenaats-dossier op. Er is een standaard procedure uitgewerkt voor aftrekbare giften van 50 EUR, 500 EUR of 5000 EUR of meer, maar ook materiële, creatieve inhoudelijke of media-ondersteuning zijn van harte welkom. Aarzel ook niet als je je wil inzetten in het legertje "enthousiaste vrijwilligers met vrije tijd voor Club 9". Je merkt het: we schrijven verder aan de toekomst.


Club 9 vzw – Albert I laan 41- 3582 Koersel – tel/fax 011/ 42 62 51 – buro@club9.be Contact: Danny Bielen 0474/752337.